Missionarissen van Afrika.
(witte zusters en witte paters)
(NL).

Belangrijkste feest voor Moslims; Het Offerfeest.

vrijdag 4 november 2011 door Webmaster


’IED oel-ADHA (Het Offerfeest)

In de loop van het komende weekeinde zullen de Moslims van de gehele de wereld hun belangrijkste feest van het jaar vieren: IED oel-ADHA (het Offerfeest), dat in het Arabisch ook genoemd wordt ’IED oel-KABIER (het Grote Feest). In deze laatste (en twaalfde) maanmaand van de Islamitische jaarkalender, Dhoe ’l-Hiedzja (de Bedevaartsmaand - de Hadzj in en rond Mekka), zullen meer dan twee miljoen moslims zich verzamelen in Mekka (in het huidige Saoedi-Arabië) om de jaarlijks te houden bedevaart te volbrengen. Alle volwassen moslims zijn, ten minste één maal in hun leven, gehouden aan het verrichten van de Hadzj (de Islamitische bedevaart naar Mekka en omgeving), een van de vijf rituele zuilen van de Islam, als zij lichamelijk daartoe in staat zijn en als zij daarvoor beschikken over voldoende geldelijke middelen.

De bedevaart (Hadzj) begint op de zevende dag van Dhoe ’l-Hiedzja (de twaalfde maanmaand van de Islamitische jaarkalender), als de pelgrims in staat van rituele reinheid, de mannen met het hoofd geschoren en allen, mannen en vrouwen, zonder uiterlijk onderscheid, zeer eenvoudig gehuld in twee lappen blanke stof, te Mekka aankomen. In de loop van de komende dagen zullen zij enige gebeurtenissen uit het leven van Abraham (Iebrahiem), Hagar (Hadzjara) en Ismaël (Iesma’ïel) herbeleven en op rituele wijze vieren. Zij moeten eerst de "Tawaf" volbrengen, een galopmars te voet, zeven maal om de Ka’aba, het Islamitische heiligdom in Mekka. De Ka’aba, in de vorm van een kubus en met zwarte, goudgeborduurde stof bedekt, zou gebouwd zijn door Abraham (Iebrahiem) en diens oudste zoon Ismaël (Iesma’ïel). Vele pelgrims proberen zo dicht mogelijk bij de Ka’aba te geraken en de Zwarte Steen (een oude meteoriet uit de woestijn vlakbij) aan te raken, die in een van de hoeken van de Ka’aba is ingemetseld. Zo’n soort gebaar zal hen reinigen van hun zonden. Na afloop van de "Tawaf" gaan de pelgrims de "Say" uitvoeren, een op-en-neer gaande snelle-pas-koers tussen twee kleine heuvels, As-Safaa’ en Al-Marwa, die zich op korte afstand van de "Ka’aba" bevinden. Daarbij roepen zij Hagar (Hadzjara) in herinnering, die wanhopig op zoek ging naar water voor haar zoon Ismaël (Iesma’ïel), toen Abraham (Iebrahiem) haar in die barre ruimte aan haar lot had overgelaten. Het verhaal gaat hoe God water verschafte in een bron die op wonderlijke wijze opwelde daar vlakbij, de (huidige) put van Zamzam. De pelgrims drinken ervan en verfrissen zich met het water van die put. Vervolgens nemen zij de weg naar Mina, dat zich op enkele kilometers van Mekka bevindt. In duizenden tenten brengen de pelgrims de nacht door in gebedswake.

Het plechtigste ogenblik van de bedevaart nadert als op de negende dag van de maanmaand Dhoe ’l-Hiedzja, de pelgrims Mina verlaten en in processie voortschrijden naar de vlakte aan de voet van de Arafat-berg, Barmhartigheids-berg genoemd, die zich op een goede tiental kilometers van Mekka bevindt. Dat is de plaats waar Mohammad zijn afscheidsrede heeft uitgesproken. De pelgrims brengen de namiddag van die dag door onder de tent in gedachtenuitwisseling en gebed alvorens af te stevenen op Moezdalifa, tussen de Arafat-berg en Mina waar zij in gebedswake de nacht doorbrengen onder de sterrenhemel. Zij nemen de polsslag van hun leven, pogen zich met God te verzoenen en smeken om vergeving van hun zonden. Het is op dat ogenblik dat de Moslims zich gewaar worden van de aanwezigheid en de nabijheid van God - het is een beslissend tijdstip in hun leven, een gelegenheid van diepe geestelijke vernieuwing. De dag erna, in de morgen van de tiende dag van de maanmaand Dhoe ’l-Hiedzja, nemen de pelgrims de terugweg naar Mina en werpen zeven kiezelsteentjes naar een grote rotspilaar, al-Dzjamarat, in een gebaar van verzet tegen de duivel, als herinnering aan de beproeving waar Abraham (Iebrahiem) aan bloot gestaan heeft tien God hem opdracht gegeven had zijn zoon (Ismaël volgens de gedachte van de Moslims) te slachtofferen. Vervolgens volbrengen zij het slachtritueel van de offerdieren, dat aan dit feest zijn naam gegeven heeft. Zij herinneren zich hoe God genoegen nam met het slachtofferen van een schaap in plaats van Ismaël (Iesma’ïel). Tijdens de twee of drie volgende dagen, gaan de pelgrims op en neer tussen Mina en Mekka om een extra-"tawaf" om de Ka’aba te houden, waarbij zij nog eens zes maal kiezelstenen werpen op de Al-Dzjamarat in Mina terwijl zij de spot drijven met de duivel.

Als de moslim deze bedevaart onderneemt met oprechtheid van hart, met geestelijke reinheid en de intentie naderbij te komen tot God, zal hij de vergeving van de zonden verkrijgen. Laten wij, christenbroeders van de moslims, voor hen bidden en de Heer-van-hemel-en-aarde smeken, de moslims, die dit jaar op bedevaart zullen gaan naar Mekka om in de komende dagen de Hadzj te verrichten, te zegenen en te behoeden. Moge de Heer hun gebeden aanhoren en hen meer en meer in Zijn nabijheid bewaren. 

Bericht van het secretariaat van de Europese provincie van de Missionarissen van Afrika.
(Vertaald door Johan Miltenburg M.Afr)


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 1442 / 310084

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Nederland  De activiteit van de site opvolgen Nieuws Archief   ?

Site gebouwd met SPIP 3.2.4 + AHUNTSIC

Creative Commons License