Pater Piet Bergmann overleden.
|
delen wij U mede dat
Pater Piet Bergmann
Petrus Henricus Maria
Missionaris van Afrika - Witte Pater,
op 13 maart 2026 is overleden.
Piet werd geboren te Boxmeer op 29 oktober 1925, als tweede kind en oudste zoon in een gezin van acht kinderen: vijf meisjes en drie jongens. Zijn broer Gerard († 2021) werd Franciscaan. Na de lagere school ging Piet naar het gymnasium in Venray dat geleid werd door de Franciscanen en waar hij in 1945 zijn eindexamen haalde. Hij wilde Witte Pater worden en volgde daarom de opleiding tot missionaris op St. Charles (bij Boxtel), in ’s-Heerenberg en in Monteviot (Schotland). Op 26 juli 1951 legde hij in ’s-Heerenberg de missionariseed af waardoor hij lid werd van de Sociëteit van de Missionarissen van Afrika. Voor het laatste jaar van zijn opleiding ging hij naar Monteviot in Schotland waar hij op 31 mei priester werd gewijd.
Piet was niet groot, had een zachte stem en zag er op het eerste gezicht niet erg sterk uit, maar deze fysieke eigenschappen waren voor hem geen obstakel om een groot missionaris te worden. Hij had een sterke wil en een gezond oordeel, hij was een harde werker en liet zich niet gauw van zijn stuk brengen. Tijdens zijn opleiding werd een zeker gebrek aan zelfvertrouwen geconstateerd, maar Piet bewees later dat hij wist wat hij wilde. Hij was niet uitbundig maar kon gezellig en goed vertellen en meedoen met de anderen.
Tijdens zijn opleiding had Piet de wens geuit om onder de moslims te werken. Daarom werd hij na zijn priesterwijding naar Tunesië gestuurd om twee jaar lang op de Manouba een cursus te volgen om Arabisch te leren en kennis te maken met de Islam, en met de geschiedenis, cultuur en gewoontes van de plaatselijke bevolking. Hij moest toen ook Frans leren, de voertaal in de gemeenschap. Dat ging hem niet erg gemakkelijk af en na enkele maanden schreef hij dat het soms wel zwaar was om de hele dag naar woorden te moeten zoeken.
In september 1954 vertrok Piet naar het bisdom Tabora, in Tanzania, waar hij tot einde 2017 zou blijven. Hij leerde de Swahili taal en cultuur in de parochie Urambo en gaf, om de taal te oefenen, af en toe een catechismusles aan kinderen. Hij schreef over die catechismuslessen: "we lachten veel met elkaar, en ik vroeg me af hoeveel de kinderen begrepen van mijn instructies."
Na deze tijd van kennismaken kreeg Piet verschillende, kortdurende benoemingen: hij gaf één jaar Latijn en Engels op het kleinseminarie van Itaga, en was daar tegelijkertijd econoom; hij was één jaar vervangend aalmoezenier voor de Katholieke Actie in het bisdom; Hij werkte enige tijd in de parochie Kitangili-Nzega en daarna in de parochie van de stad Tabora. Daar werkte hij in de pastoraal, was econoom van de huisgemeenschap, en hielp uit op het kantoor van het economaat van het bisdom. Hoewel een groot deel van de bewoners van Tabora moslims waren heeft Piet de kennis die hij had opgedaan op de Manouba alleen gebruikt om enige studiedagen over Islam te leiden op het groot seminarie van Kipalapala.
In juni 1961 kwam Piet op verlof naar Nederland. Dat verlof zou een heel andere wending aan zijn missionarisleven geven. Samen met drie Tanzaniaanse zusters volgde hij één jaar lang cursussen en praktijklessen op het Doveninstituut te St. Michielsgestel. Hij leerde er niet alleen hoe aan doven les te geven, maar ook hoe een school met internaat voor hen op te zetten en te leiden.
Op 26 augustus 1962 keerde Piet terug naar Tabora met instrumenten voor de installatie van twee klassen. Ook was hij erin geslaagd om bij de Nederlandse Vastenaktie en bij Miserior Aken fondsen te verwerven voor de bouw van een school met internaat. De aanvragen van leerlingen druppelden binnen en in januari 1964 kon het nieuwe instituut officieel van start gaan. In afwachting van dat moment werkte Piet in de parochie, wat hij naar eigen zeggen liever deed dan opvoeding.
Het opstarten en runnen van een instituut voor dove kinderen was geen kleinigheid. Piet had allerlei bezigheden. Hij nam lekenpersoneel aan voor de huishouding en voor het onderwijs, en dit personeel werkte samen met de zusters die de opleiding in St. Michielsgestel gevolgd hadden. Er moesten huizen en lokalen gebouwd worden, waarvoor hij steeds opnieuw fondsen moest zoeken. Daarnaast was er ook geld nodig voor het dagelijks functioneren van dit alles want naast een beperkte bijdrage van de scholieren, was er een slechts gedeeltelijke subsidie van het ministerie van onderwijs. Dus had Piet constant zorgen voor het aanvoeren van voedsel en andere benodigdheden voor de leerlingen en voor het begeleiden van nieuwbouw en onderhoud. Ook moest hij achter beloofde subsidies aanlopen totdat die daadwerkelijk ontvangen waren, en zoeken naar nieuwe financieringsbronnen. Dat alles vereiste een goede boekhouding, toezicht op het personeel en, niet te vergeten, rapporten opstellen voor allerlei instanties en organismen. Piet schrijft daarover dat hij veel tijd en energie besteedde (of verloor!!) met wachten, zitten en praten, hetzij op een kantoor, hetzij in een trein, auto of wachtkamer. Het was erg vermoeiend en soms ook ontmoedigend. Maar Piet zette door: “Alles voor de goede zaak!” was zijn drijfveer. En zo verkreeg hij steun van diverse organismen: Memisa, MIVA, Caritas, Cebemo, en ook van individuele personen zoals de Anglicaanse bisschop Trevor Huddleston en van een privé weldoener in Zweden.
Tien jaar na de officiële opening leverde de Dovenschool van Tabora in 1974 twee gespecialiseerde onderwijzers aan de nieuwe Dovenschool in Dar-es-Salaam, die opgezet was door de regering. Het ministerie van onderwijs verzocht Piet om een beroepsopleiding op te zetten voor doven die de lagere school afgemaakt hadden. In 1977 bouwde Piet, aan de oever van een riviertje 15 km buiten Tabora, een beroepsschool waar doven zich konden bekwamen in timmeren, tuinbouw en veeteelt.
Tot aan zijn terugkeer naar Nederland in december 2017 bleef Piet de eindverantwoording dragen van de steeds groeiende “Tabora School for the Deaf”. Een poging om de verantwoordelijkheid van de school over te dragen aan de Indonesische provincie van de Broeders van Liefde (Gent), een congregatie gespecialiseerd in onderwijs voor doven, begon veelbelovend in 1995, maar werd uiteindelijk toch geen succes. Na enkele jaren waren de drie Indonesische Broeders die gekomen waren ook weer vertrokken. En dus bleef Piet de verantwoordelijke.
De Tabora School for the Deaf is het levenswerk geweest van Piet. De laatste jaren dat hij in Tabora was waren er tussen de 170 en 200 leerlingen, sommigen kwamen als peuters, anderen waren jong volwassenen. Hij zorgde ervoor dat al deze leerlingen niets tekort kwamen op het gebied van voeding en opleiding. Dat kostte hem vaak veel hoofdbrekens, zoals hij geregeld vermeldde in zijn brieven naar Nederland. In 2019 werd er bij de School for the Deaf in Tabora een nieuw audiologisch centrum officieel geopend. Als eerbetoon aan Piet voor het vele werk dat hij gedaan heeft kreeg dit centrum de naam: Father Bergmann Audiology Center.
In 2017 kreeg Piet uiteindelijk het welkome nieuws dat de bisschop een opvolger voor hem had benoemd: een pasgewijde priester van het bisdom Tabora. Piet kwam op 29 december 2017 op vakantie naar Nederland om uit te rusten en daarna voor een laatste keer terug te gaan naar Tanzania om alles over te dragen. Na enkele dagen bij zijn familie in Boxmeer te hebben doorgebracht kwam hij naar Heythuysen om echt te rusten en zich te laten verzorgen, want zijn lichamelijke gezondheid was erg zwak. Hij leerde lezen met een loep en lopen met een rollator. Lange tijd hoopte hij nog naar Tabora terug te kunnen gaan en hij besteedde veel tijd aan het voorbereiden van de definitieve overdracht daar. Jammer genoeg heeft hij die reis nooit meer kunnen maken.
In het voorjaar van 2023 werd lopen te moeilijk en moest Piet aanvaarden dat hij door anderen in een rolstoel verplaatst werd. Gelukkig kreeg hij na enkele maanden een elektrische rolstoel waarmee hij zich zelfstandig kon verplaatsen. Als geen ander wist hij deze rolstoel met precisie te besturen en kon zo zelf naar de kapel, naar het restaurant en naar andere plekken in en rondom het huis.
Lichamelijk verzwakte Piet steeds meer, maar geestelijk bleef hij vitaal en scherp, tot het einde toe. Hij kreeg veel bezoek van zijn nicht Ida en van andere familieleden. Dankzij de goede zorg en de aandacht van de verpleging, van het coördinatieteam en van zijn medebroeders is hij tot op het laatst op zijn appartement kunnen blijven. Daar is hij in de avond van 13 maart 2026 overleden, in het bijzijn van twee medebroeders.
Op zaterdag 21 maart 2026 zullen we om 14.30 uur afscheid nemen van pater Piet Bergmann tijdens een Eucharistieviering in de kapel van Huize St. Charles in Heythuysen en hem ter ruste leggen op het kerkhof aldaar.
Namens de familie
Mevr. A. Bergmann-Bom
Karel Doormanstraat 34
5831 LT Boxmeer
Namens de Witte Paters
Jozef de Bekker
Op de Bos 2
6093 NC Heythuysen
nl
Onze overledenen
Overleden in het jaar 2026.
?