Missionarissen van Afrika.
(witte paters)
(NL).

Pater Maarten Bloemarts overleden.

dinsdag 22 juli 2025 door Cor Kleisterlee, Webmaster

In medeleven en dankbare herinnering
delen wij u mede dat

Pater Maarten Bloemarts
Maarten Jozef Irma Auguste

Missionaris van Afrika - Witte Paters
op 24 mei 2025 is overleden.

Maarten werd geboren te Apeldoorn op 30 september 1940. Hij was de oudste van een gezin van zeven kinderen, vier jongens en drie meisjes. Hij bezocht het Bernardinuscollege in Heerlen en later het Cani- siuscollege in Nijmegen, waar hij het diploma gymnasium B behaalde. Een broer van zijn moeder was pater Jozef Rieter, Missionaris van Afrika († 2011). Ongetwijfeld heeft deze oom Jozef een grote rol gespeeld in de missionaire roeping van Maarten. Voor zijn opleiding ging Maarten naar onze vormingshuizen in Boechout (België), St. Charles bij Boxtel, Dorking (Engeland), Carthago (Tunesië), en Vals-près-Le Puy (Frankrijk).
In Vals verbond hij zich op 29 juni 1964 aan onze Sociëteit door het afleggen van de missionariseed. Op 3 juli 1965 werd hij te Roosendaal priester gewijd.

Maarten had een sterke wil en een gezond oordeel. Hij was vriendelijk, bedachtzaam, maar ook wat verlegen en nerveus en kon soms wat categorisch of gespannen zijn. Hij was een harde werker en was niet vlug tevreden. Hij kluste graag en had oog voor detail, iets wat hem goed van pas kwam in de afgelegen parochies en dorpen in Mali, maar ook in de hoofdstad Bamako. Een van zijn medebroeders zei eens: “Zijn verstand is meer dat van een wiskundige dan van een dichter”. Ook was hij goed in talen en had hij een sterk organisatietalent.

Op 13 december 1965 vertrok Maarten naar Mali. Zijn eerste benoeming bracht hem naar de parochie Mandiakuy, in het bisdom San, waar hij begon met het leren van de Boomu taal en cultuur. Daar was geen cursus of programma voor; je leerde het met de hulp van mede- broeders en catechisten en door het voeren van eenvoudige conversaties met iedereen die je tegenkwam.
In september 1966 verhuisde hij naar de parochie Togo, in april 1968 weer terug naar de parochie Mandiakuy en in mei 1971 naar de parochie Sokoura. In al deze parochies deed hij, zoals alle confraters, het gewone basispastoraat, maar hij hield zich in het bijzonder bezig met de catechese van volwassenen en met het aanpassen van de doopliturgie aan de plaatselijke cultuur.
Vrij spoedig na zijn aankomst in het bisdom werd Maarten gevraagd om secretaris te worden van de diocesane vertaalcommissie. Na het tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) werd er in het bisdom al snel besloten om het gehele Nieuwe Testament in de plaatselijke taal te publiceren.

Daarna werden ook de lezingen voor de zondagen (cyclus A, B en C) vertaald en uitgegeven. Maarten schreef daarover: “Door het op schrift stellen van al deze teksten heb ik enorm veel geleerd en met veel plezier mogen werken aan al deze publicaties”. Zijn bisschop schreef in 1970: “Wij zijn heel tevreden over zijn werk”. En zijn regionale overste schreef in januari 1972: “Maarten is zeer georganiseerd en super methodisch. Hij slaagt buitengewoon goed, en is de beste geworden in de taal van het bisdom San”.
In augustus 1973 begon Maarten aan een heel ander apostolaat: hij werd naar Canada benoemd om onze studenten te begeleiden die hun theologiestudies volgden aan de universiteit van Ottawa. Tegelijkertijd studeerde hij zelf ook aan de universiteit; eerst Bijbelexegese en later Gezinspastoraat.
Ook verleende hij pastorale assistentie in nabije parochies. In april 1975 werd ons vormingshuis in Ottawa gesloten, maar Maarten bleef er nog een jaar en studeerde Theologie met als specialisatie Spiritualiteit. Toen hij begin 1976 opnieuw een benoeming kreeg voor Mali schreef hij: “Afrika heeft na zoveel jaren van een van buitenaf georganiseerd christendom ook recht op onze steun voor een meer Afrikaanse manier van geloofsbeleving”.

Maarten keerde in oktober 1976 terug naar Mali, en werd opnieuw pastoor in Mandiakuy. Het werk was op dat moment wel erg zwaar, want twee parochies waren samengevoegd tot één parochie. Bovendien was hij gedurende enige tijd de enige missionaris in de gemeenschap die de plaatselijke taal sprak. Geheel in zijn stijl werkte hij dus des te harder. Toen hij in juni 1979 met verlof ging, kreeg hij de tijd om wat langer uit te rusten en ging hij onder meer voor drie maanden naar Jerusalem, waar hij deelnam aan de Bijbelsessie en de grote retraite.

Na deze langere rustperiode ging Maarten in juni 1980 naar de parochie Tominian. Het was net het begin van de regentijd, een tijd waarin veel op de velden gewerkt wordt en de pastorale activiteiten afnemen. Maarten gebruikte die tijd, schrijft hij: “om zich in te werken in de pastorale oriëntaties van het afgelopen jaar, en om dagelijks een wandelingetje door het dorp te maken om de mensen en het dorp te leren kennen”.

Van 1982 tot 1989 keerde Maarten terug naar de parochie Sokoura. Hij was daar enige tijd alleen als priester, maar werd bijgestaan door 15 catechisten uit de verschillende dorpen en door drie zusters van een Afrikaanse congregatie. Hun hoop was gevestigd op de plechtige geloften van de eerste zuster en de wijding van de eerste priester uit de parochie. Maarten schreef tijdens deze periode in Sokoura: “Hetgeen mij nog het meest rust brengt zijn de bezoeken aan de dorpen, maar daar komt eigenlijk te weinig van terecht vanwege alle ver- gaderingen en administratieve en materiële zaken”.

Vanaf 1989 bundelde het bisdom alle sociaal-economische projecten in één samenwerkingsverband. De steeds terugkerende voedselschaarste leidde tot het opzetten van graanbanken in de dorpen. Omdat Maarten daar in zijn parochies al 10 jaar ervaring mee had, werd hij gevraagd dit ook in de andere parochies te begeleiden. En zo verhuisde hij in 1989 naar Mandiakuy en in 1990 naar San, de bisschopsstad. In december van datzelfde jaar schreef hij: “Er is weer eens een groot voedseltekort. We hebben programma’s opgezet om diverse oorzaken te lijf te gaan, zoals sprinkhaneneitjes opgraven en erosiebestrijding. Bijna al je energie gaat daar in zitten, terwijl er nog zoveel anders te doen is: alfabetisering, hygiene, graanschuren voor eigen beheer, dorpsschooltjes, om nog maar niet te spreken van de catechese en andere klassieke pastorale activiteiten”.

Maarten begon weer aan een heel andere opdracht toen hij in 1999 benoemd werd als econoom in onze gemeenschap in Jerusalem, waar ook de bijbelsessies gegeven worden: een pittige taak dus. Hij schreef over zijn periode in Jerusalem: “Een totaal nieuwe vorm van kerkelijk leven in een totaal ander politiek en menselijk klimaat”. Zoals altijd zette hij zich ook in Jerusalem volledig in. Hij stortte zich zelfs op het gesproken Hebreeuws. Hij had daar best willen blijven.
Maar in januari 2007 keerde Maarten weer terug naar Mali om in Bamako de administratie en bibliotheek te verzorgen van het Instituut voor Moslim-Christelijke Vorming (IFIC) dat juist was opgericht. Daar worden cursussen (van één jaar) gegeven, waarin de deelnemers, zowel katholieken als protestanten, vaardigheden opdoen om de dialoog tussen moslims en christenen in hun eigen omgeving te kunnen bevorderen. Hij schreef eind 2007: “Wij leven zij aan zij met moslims, wij delen in hun feesten en in hun tijden van rouw; zij delen in onze momenten van vreugde en verdriet. Er is een gevoel van buurschap dat voortkomt uit een levensdialoog, en dat maakte dat ons centrum zo goed ontvangen werd door zowel de religieuze als de burgerlijke leiders. Het is een stukje verwerkelijking van de droom van Kardinaal Lavigerie.”
Vanaf juli 2011 werd hij ook econoom van de Sector Mali van de Mis- sionarissen van Afrika, en bleef dat tot 2022.

In al die jaren in Bamako assisteerde Maarten in de weekenden in de 25 wijkkerken op de zuidoever van de rivier de Niger die de hoofdstad Bamako doorsnijdt. Zo bewees hij een grote dienst aan de relatief kleine christengemeenschappen in Bamako. Ook zijn banden met het bisdom San verbrak hij niet, integendeel. Hij ging door met het werken aan de vertaling van de hele bijbel in de plaatselijke taal. En dan is het in november 2023 eindelijk zover; de officiële presentatie en het op de markt brengen van de Bijbel in Boomu. Voor Maarten de vervulling van een droom, maar ook het resultaat van veel minutieus werk, van veel samenwerking met anderen en van veel doorzettingsvermogen.

In maart van dit jaar kwam Maarten naar Nederland met ernstige gezondheidsklachten. Onderzoek wees uit dat hij darmkanker had met uitzaaiingen naar de lever en een long, en dat er geen behandeling meer mogelijk was. Een ontzettende klap voor Maarten en voor allen rondom hem. Maarten zei toen: “Ik aanvaard dit in geloof, maar het is wel ontzettend moeilijk”. Hij nam zijn intrek in St. Charles op donderdag 10 april 2025. Door veel te rusten kreeg hij aanvankelijk wat meer kracht, maar een week voor zijn overlijden begonnen die krachten snel af te nemen. Confraters en familie brachten hem vaak bezoek en hij werd met veel zorg en aandacht omringd door de verpleging en ons coördinatieteam. De laatste twee dagen was hij omringd door zijn familie. Hij is ingeslapen in zijn appartement in de vroege ochtend van 24 mei 2025.
Op zaterdag 31 mei 2025 zullen we om 14.30 uur afscheid nemen van pater Maarten Bloemarts tijdens een Eucharistieviering in de kapel van Huize St. Charles in Heythuysen en hem ter ruste leggen op het kerkhof aldaar.

Namens de familie :
Joan Bloemarts
Verloren Land 83
6596 CL Milsbeek

Namens de Witte Paters :
Jozef de Bekker
Op de Bos 2
6093 NC Heythuysen


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 339 / 519983

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Onze overledenen  De activiteit van de site opvolgen Overleden in het jaar 2025.   ?

Site gebouwd met SPIP 4.2.14 + AHUNTSIC

CC BY-SA 4.0