Missionarissen van Afrika.
(witte zusters en witte paters)
(NL).

Pater Martien van de Ven overleden.

zondag 19 februari 2017 door Webmaster


In medeleven en dankbare herinnering

delen wij U mede dat

Pater MARTIEN VAN DE VEN,


(Martinus Johannes Maria),

Missionaris van Afrika
- Witte Pater -

op 13 februari 2017 is overleden.

Martien werd geboren op 6 april 1934 in Veghel als oudste van 10 kinderen. Om missionaris te worden volgde hij de opleiding in onze vormingshuizen van Sterksel, Santpoort, St. Charles, ’s-Heerenberg, Totteridge (Engeland) waar hij zich op 13 juli 1960 door een missionariseed verbond aan onze Sociëteit. Hij werd priester gewijd op 2 februari 1961 te Veghel. Onze medebroeder, Jan Hendriks, die werkzaam was in Tanzania († 26-10-1964) was een oom van moeders kant; onze medebroeder Willem van de Ven (Césaire, † 22-9-1977), een broer van zijn vader, was werkzaam in Burkina Faso.

Martien had een gezond oordeel gepaard aan een groot idealisme en optimisme. Praktisch werk lag hem goed en hij kon dat ook goed organiseren; bovendien was hij goedgehumeurd en steeds bereid een dienst te verlenen. Hij hield van sport “zowel binnen- als buitenshuis” en was een groot muziekliefhebber.

Na een Pastorale Cursus in Londen, vertrok Martien in december 1961 naar Tanzania, naar het bisdom Mwanza op de zuidoever van het Victoria Meer. In de parochie Kahangala leerde hij naast het pastorale werk de Sukuma taal en cultuur, o.a. door een maand in het gezin van een Catechist te gaan wonen. De nationale Swahili taal en cultuur leerde hij later.

Bij zijn gouden feest schreef hij: “Ik wilde graag gaan werken in het bisdom van Mgr. Blom-jous, want deze had een interculturele visie op hoe de kerk zich in Afrika zou moeten presenteren…: aansluiten bij de cultuur van de mensen en hun beleving. Dit betekent o.a. gebruik maken van hun liederen en muziek en van hun culturele feestdagen. Later op het Vaticaans Concilie werd deze visie bevestigd. In 1954 had Mgr. Blomjous een jonge Canadese Witte Pater, David Clement, benoemd als pastoor in Bujora met de opdracht te proberen de taal en cultuur van de Sukuma te integreren in de liturgie. Van half 1962 tot september 1963 was Martien in Bujora. Zelf zegt hij: “Door hun cultuur is mijn leven verrijkt. Ik heb geleerd te relativeren. Ik ben mijn Westers superioriteitsgevoel kwijt geraakt”.

Na 2 jaar als leraar wiskunde op het klein seminarie Nyegezi, wordt Martien in augustus 1965 als pastoor benoemd in Sengerema waar hij 16 jaar met hart en ziel heeft gewerkt. Naast het groeiend parochiewerk in een gebied waarvan de bevolking in die jaren toenam tot zo’n 48.000, was er ook de pastorale zorg voor een ziekenhuis van 300 bedden; gebouwd door de Broeders van Johannes de Deo, waar ook de zusters van ‘Onder de Bogen’ werkten. Er waren daar ook diverse medische opleidingen en de pastorale zorg voor een middelbare school.

Eind 1980 vroeg de bisschop hem om Econoom van het bisdom Mwanza te worden. Dat deed hij 5 jaar lang met zulk een grote kundigheid en toewijding, dat de Nederlandse Provinciaal hem vroeg om Econoom van de Provincie te worden. Op 15 augustus 1985 begon hij aan die taak en heeft hij 7 jaar lang de financiële administratie van de Nederlandse provincie gevoerd. Daarnaast moest ook de behuizing van de Witte Paters in Nederland gereorganiseerd worden. De bewoners van het oude St. Charles bij Boxtel verhuisden in 1986 naar een nieuw aangekocht bejaardenhuis in Heythuysen, waar van toen af ook de Witte Paters werden begraven. In 1986 werd een gemeenschap gevestigd in Eindhoven, in 1987 in Den Bosch, terwijl de communiteiten in Hoogland, Nijmegen en Heeswijk werden opgeheven. Die van Rotterdam verhuisde in 1989 van de Heemraadsingel naar de Karel Doormanstraat. Om te ontspannen na het vele werk was hij ’s avonds vaak weg naar familie en kennissen.

Op 2 januari 1993 ging hij terug naar Tanzania en werd hij benoemd in Buhingo, een parochie met 200.000 inwoners, waarvan 8.000 katholieken verspreid over 54 kerkdorpen. In decem-ber 1993 schreef hij: “Ik besteed veel tijd aan het bezoeken van die dorpen, en ik geniet er van … De inspiratie, energie, en wat er verder nodig is, put ik uit de overtuiging missionaris te zijn”.

In mei 1995 werd hij gevraagd Econoom te worden van de Witte Paters in de regio Tanzania - Kenia, gevestigd in Nyegezi bij Mwanza. Hij deed dat met de van hem bekende toewijding. Toen hij na 6 jaar begon uit te zien naar een rustiger taak, werd hem onverwacht gevraagd om in Nederland weer tijdelijk het economaat op zich te nemen, juist in de tijd dat Dongen gekocht werd en de huizen in Boxtel, Vaassen, Tilburg en Leidschendam werden gesloten..

Maar op 17 augustus 2003 kon hij terug naar Tanzania en werd benoemd voor pastoraal werk en onderzoek van de Sukuma cultuur in Bujora, terwijl hij woonde in de WP gemeenschap te Nyegezi. Juist zoals zijn oom Jan Hendriks was hij gefascineerd door de cultuur van die etnische groep (± 6 miljoen) waaronder hij 40 jaar leefde en werkte. Hij hielp in Bujora een Cultureel Centrum opzetten, waar geschiedenis, taal, godsdienst en gebruiken van de Sukuma werden vastgelegd, door boeken, manuscripten, artikelen, enz. te archiveren en te bewaren om te voorkomen dat ze kwijt zouden raken. Via een digitale camera legde hij waardevolle gegevens vast op CD zodat men die via een monitor kon raadplegen. Het Centrum, in de jaren 60 begonnen als een museum door de eerder genoemde Pater David Clement, trekt sindsdien Westerse toeristen, maar ook steeds meer mensen van Tanzania, Kenia en Oeganda, waaronder leerlingen van basisscholen in klasverband.
In april 2005 werkten er naast Martien een bisdompriester (de directeur) en 15 andere Tanzaniaanse medewerkers. Dat jaar werd hij opgenomen in de traditionele assemblee van Dorpsoudsten, waarvoor hij ook een bijzondere taal leerde die alleen in deze groep gesproken wordt.
Op 15 maart 2011 schreef hij: “Een grotere eer en mooiere kroon op mijn werk is eigenlijk niet denkbaar”. En even verder: “Je hebt als missionaris te maken met de hele mens, als individu en als lid van de gemeenschap. Het ‘overbrengen van geloof’ en ‘ontwikkelingswerk’ zijn daarom niet te scheiden”.

Op 15 november 2009 kwam hij voorgoed naar Nederland en vestigde zich op 15 januari 2010 in Heythuysen. De maand ervoor schreef hij nog: “Dit is geen gemakkelijke beslissing na bijna 50 jaar geleefd en gewerkt te hebben met mensen die mij dierbaar zijn”. Hij was verbaasd over de omvang van zijn appartement, met een badkamer “die groter is dan de gastenkamers die we in Tanzania hadden”! Hij werd benoemd als een van de twee vertegenwoordigers van de WP bewoners, en was in die hoedanigheid lid van de Sectorraad. Hij verleende veel mantelzorg, vooral als chauffeur, en ging door met werken voor het Bujora Cultureel Centrum, o.a. door de brieven over de Sukuma van zijn oom Jan Hendriks te vertalen in het Engels en naar het Bujora Archief te sturen. Dan konden zij ter plaatse zien wat in het Swahili en/of Sukuma te vertalen.

Hij hield er van rustig naar muziek te luisteren, en familie en kennissen te bezoeken. In de loop van 2014 begon hij zich steeds meer terug te trekken uit verschillende diensten, maar bleef vaak dienst doen als chauffeur. Op 13 februari 2017 is hij, vrij onverwacht, overleden in zijn appartement. Hij is 82 jaar geworden.

Het werk van Martien voor de Sukuma cultuur doet denken aan de woorden van Jezus:

“… gelijk aan een huisvader die uit zijn schat
nieuw en oud te voorschijn haalt.”

Mt.13,52

Op zaterdag 18 februari zullen we om 14.30 uur afscheid nemen van Martien in een uitvaartdienst in de kapel van Huize St. Charles en hem te ruste leggen op het kerkhof aldaar.

Namens de familie

Mevr. J. Verkuylen – van de Ven
Mgr. v. Tillaartstraat 62
5461 KZ Veghel

Namens de Witte Paters

Piet Buijsrogge
Op de Bos 43
6093 NC Heythuysen


Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 603 / 308617

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Onze overledenen  De activiteit van de site opvolgen Jaar 2017.   ?

Site gebouwd met SPIP 3.2.4 + AHUNTSIC

Creative Commons License